Wij willen de jeugd voldoende gelegenheid bieden om leuk en veilig buiten te kunnen spelen, sporten en elkaar te ontmoeten. De aanwezigheid van speel-, sport- en ontmoetingsvoorzieningen in de woongeving voor de jeugd vinden wij dan ook van wezenlijk belang.
De jeugd speelt altijd en overal
Bij speelruimte gaat het om een plek waar de jeugd kan spelen. Maar de jeugd speelt overal en altijd. Een grasveld, het trottoir, de portieken, de tuin, het park, het plein, het winkelcentrum, een bouwterrein in de buurt, de groenwal, alles kan in dienst staan van (spannend) spel. Geen kind beperkt zich alleen tot de officieel voor hem gereserveerde speelplaatsen. Kinderen zien de hele woonomgeving als speelruimte. In feite gaat het bij speelruimte daarom om de bespeelbaarheid van de woonomgeving als geheel. Als er een klimboom staat, is een klimtoestel niet nodig. Speeltoestellen kunnen dan ook gezien worden als een vervanging van de mogelijkheden die van nature aanwezig zijn. Men ziet dan ook vaak dat de noodzaak van speelplekken toeneemt naarmate de fysieke ruimte om te spelen afneemt.
Formele en informele speelruimte
Het begrip speelruimte laat zich daarom op meerdere niveaus definiëren. Binnen de openbare ruimte wordt daarom onderscheid gemaakt in formele en informele speelruimte.
Met formele speelruimte wordt de ruimte aangeduid die specifiek en exclusief is ingericht voor de speelfunctie (de speelplekken met speelvoorzieningen, trapvelden, skatebanen, etc.).
Formele speelruimte en informele speelruimte zien wij niet los van elkaar, maar zij vullen elkaar aan. Wanneer er veel informele (speel)ruimte voorhanden is, wordt de behoefte aan formele speelruimte immers kleiner. In de ideale situatie (dat wil zeggen bij voldoende informele speelruimte) is formele speelruimte niet eens noodzakelijk. Echter door de vele claims die er op de steeds schaarser wordende openbare ruimte worden gelegd, is het wel degelijk noodzakelijk formele speelruimte te realiseren.
