Per 1 januari 2012 wordt, vooruitlopend op de invoering van de Wet werken naar vermogen (WWNV) in 2013, de Wet werk en bijstand (WWB) ingrijpend gewijzigd.
Waarom vinden de wijzigingen plaats?
Het Rijk en de gemeente willen zoveel mogelijk mensen stimuleren aan het werk te gaan. Werk biedt mensen perspectief, zelfrespect, sociale contacten en betrokkenheid. Kortom iedereen moet zo veel mogelijk in zijn eigen levensonderhoud voorzien met werken. Meer mensen aan het werk is noodzakelijk voor het behoud van ons stelsel van sociale zekerheid en de welvaart in Nederland. Bovendien zal door de vergrijzing ook steeds meer vraag naar arbeidskrachten zijn.
Wat zijn de belangrijkste wijzigingen?
De belangrijkste wijzigingen zijn:
- de invoering van een huishoudinkomen,
- de intrekking van de Wet investering in jongeren (WIJ)
- de halvering van het participatiebudget en
- het verplicht gebruik van studiefinanciering.
1. Huishoudinkomen
Om het huishoudinkomen vast te stellen wordt een zogenaamde huishoudtoets vast gesteld, Deze toets is nieuw. Bij de huishoudinkomentoets kijkt de gemeente naar het inkomen en het vermogen van alle meerderjarige gezinsleden. Alles telt mee voor het eventuele recht op bijstand. Is dat recht er, dan krijgt het gezin één uitkering. Die uitkering is niet hoger dan 100% van het netto minimumloon. Op dit moment is dat € 1.319,85 (inclusief vakantietoeslag) per maand.
2. Intrekking wet WIJ
Vanaf 1 januari 2012 wordt de WIJ ingetrokken en kunnen jongeren tussen de 18 en 27 jaar aanspraak maken op een bijstandsuitkering. De toegang tot de WWB wordt echter verscherpt. Dit betekent dat op het moment dat een jongere een beroep doet op de WWB, hij of zij niet meteen een uitkering kan krijgen maar eerst vier weken moet zoeken naar werk en/of opleiding
3. Halvering participatiebudget
Na 1 januari 2013 zal er minder geld zijn om jongeren te ondersteunen om aan het werk te komen. Jongeren tussen de 18 en 27 jaar die momenteel niet naar school gaan en niet werken ontvangen nu nog een werk-/leeraanbod en/of inkomensvoorziening van de gemeente. Vanaf 1 januari 2013 stromen deze jongeren door naar de WWNV.
4. Studiefinanciering
Nieuw in de WWB is dat jongeren van18 tot 27 jaar, die aanspraak kunnen maken op studiefinanciering, daar verplicht gebruik van moeten maken. De vraag of een jongere wel of niet een opleiding wil volgen is niet van belang. Als iemand er voor kiest om niet te studeren, wordt de uitkering stopgezet en ontvangt hij/zij geen geld meer van de gemeente. Dit geldt ook wanneer deze jongere op dit moment al een uitkering ontvangt op grond van de WIJ. Het inkomen van studerende kinderen telt niet mee voor het huishoudinkomen tot een bedrag van € 1.023,42 (bedrag 1 juli 2011).
Vraag
en antwoord Wet Werk en Bijstand december 2011
Vraag en antwoord het huishoudinkomen
