Bij de ingebruikname van de Polderbaan in 2003 werd er vanuit gegaan dat deze baan en de parallel liggende Zwanenburgbaan gelijktijdig konden worden gebruikt voor startende vliegtuigen in noordelijke richting, en wel op de voor deze banen ontworpen vaste uitvliegroutes.
Maar in de praktijk bleek al snel dat dit parallel starten op deze vaste vertrekroutes niet veilig genoeg was. Vliegtuigen kwamen te dicht bij elkaar in de buurt. Sindsdien worden de vaste uitvliegroutes bij parallel starten niet meer gebruikt.
Veiligheidsmaatregel
Om te voorkomen dat vliegtuigen elkaar te dicht naderen, schafte Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) het gebruik van de vaste uitvliegroutes bij ‘parallel starten’ af. Voortaan gaven luchtverkeersleiders vertrekkende vliegtuigen bij parallel starten koersinstructies. Met die instructies draaien parallel startende vliegtuigen direct na de start in de lucht van elkaar weg: vanaf de Polderbaan naar links en vanaf de Zwanenburgbaan naar rechts. Door deze maatregel werd de veiligheid gewaarborgd en konden er toch weer voldoende vliegtuigen starten.
Nieuwe vaste uitvliegroutes
Een probleem bij deze aangepaste manier van parallel starten is dat deze maatregel van LVNL niet overeen kwam met de milieuregels die er gelden voor het gebruik van Schiphol. Een oplossing is gevonden in het verbeteren van de vaste uitvliegroutes vanaf de Zwanenburgbaan bij parallel starten. Met deze nieuwe vaste uitvliegroutes vermindert de geluidhinder door startende vliegtuigen overdag aanzienlijk in gebieden ten westen van de Polderbaan en ten oosten van de Zwanenburgbaan. Dit experiment duurt nog voort tot na 2011.
