De regelgeving voor parkeren in een parkeerschijfzone staat beschreven in artikel 25 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).
- Het is verboden in een parkeerschijf-zone te parkeren, behalve
op parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven of
plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep.
- Op plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep is het
parkeren van een motorvoertuig op meer dan twee wielen slechts
toegestaan indien het motorvoertuig overeenkomstig het bij
ministeriële regeling bepaalde is voorzien van een duidelijk
zichtbare parkeerschijf. Indien het motorvoertuig is voorzien van
een voorruit, wordt de parkeerschijf achter de voorruit geplaatst.
- Op de parkeerschijf staat het tijdstip aangegeven waarop met
parkeren is begonnen. Een parkeerschijf voorzien van een mechanisme
dat tijdens het parkeren het tijdstip van aankomst automatisch
verschuift, mag niet worden gebruikt.
- Bij het instellen mag het tijdstip van aankomst naar boven
worden afgerond op het eerstvolgende hele of halve uur. De
toegestane parkeerduur mag niet zijn verstreken.
- Indien op een onderbord dagen of uren zijn vermeld, gelden het tweede tot en met het vierde lid slechts gedurende die dagen of uren.
Uitzonderingen gehandicapten
Voor gehandicapten gelden uitzonderingen op de parkeerregels in de parkeerschijfzone (beschreven in artikel 85 van het RVV 1990).
- Op bestuurders van een motorvoertuig op meer dan twee wielen
waarin op de door Onze Minister voorgeschreven wijze een geldige en
behoorlijk leesbare gehandicaptenparkeerkaart is aangebracht, zijn
artikel 25 en, indien niet langer wordt geparkeerd dan drie uren,
de artikelen 24, eerste lid, onderdeel e, 46 en 62, voor zover het
betreft bord E1 van bijlage 1, niet van toepassing.
- Op bestuurders van gehandicaptenvoertuigen, zijn artikel 25 en,
indien niet langer wordt geparkeerd dan drie uren, de artikelen 24,
eerste lid, onderdeel e, en 62, voor zover het betreft bord E1 van
bijlage 1, niet van toepassing.
- In de gevallen, waarin niet langer dan drie uren mag worden geparkeerd, moet het motorvoertuig overeenkomstig het bij ministeriële regeling bepaalde zijn voorzien van een duidelijk zichtbare parkeerschijf waarop het tijdstip staat aangegeven waarop met parkeren is begonnen.
