Eigen bijdrage
Vanaf 1 januari 2007 gold al een eigen bijdrage voor hulp bij het huishouden. Vanaf 1 januari 2008 geldt de eigen bijdrage ook voor woonvoorzieningen en individuele vervoersvoorzieningen.
Waarom moet ik zelf meebetalen?
De kern van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is dat burgers in eerste instantie zelf verantwoordelijk zijn voor het inrichten van hun leven. Mensen met problemen kunnen die het beste zelf oplossen, eventueel met hulp van vrienden, buren of familie. Pas als dat niet lukt komt de overheid in beeld. Een eigen financiële bijdrage past binnen het Wmo-principe van zelfredzaamheid. Daarbij komt dat, om de kosten van Wmo-voorzieningen betaalbaar te houden, het nodig is dat mensen zelf - naar draagkracht - meebetalen.
Voorzieningen waar een eigen bijdrage voor geldt
- Woonvoorzieningen, bijvoorbeeld een douchestoel of een drempelhulp, of een tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten;
- Individuele vervoersvoorzieningen, zoals een scootmobiel, of een (aangepaste) fiets;
- Hulp bij het huishouden.
Geen eigen bijdrage
- Rolstoelvoorzieningen;
- Collectieve vervoersvoorzieningen, zoals de Meertaxi;
- Voor cliënten onder de 18 jaar.
Voor de eigen bijdrage maakt het geen verschil of de voorziening wordt versterkt in natura of in de vorm van een Persoonsgebonden Budget (Pgb).
De hoogte hangt af van uw inkomen
Hoe hoog uw eigen bijdrage wordt, is afhankelijk van uw inkomsten, uw leeftijd en het aantal personen binnen uw huishouden. Op basis van uw belastbaar inkomen en dat van uw eventuele partner wordt uw bijdrage door het Centraal administratie kantoor (CAK) berekend.
Uw belastbaar inkomen staat op uw belastingaanslag of jaaropgave.
Links
De website van het CAK , het Centraal administratie kantoor.
